[dit is een gastbijdrage van Zapnimf in het kader van mijn Gastbloggen-stokje]
De meneer die eigenaar is van dit plekje op het wereld wijde web, vroeg mij heel vriendelijk via mail om hier eens als gast een schrijfseltje te posten.
“Nounou,” zipzapt er dan meteen vurig onder je schedeldak, “wat een eer, ik word gevraagd!”
Verstrengeld in al je trippende egodraden, stem je toe…
En pas daarna krijg je die voorwaarden als een boemerang, verzwaard met loodblokjes, op je dak :
- Of je inbreng iets te maken kan hebben met zijn blog (stijl, inhoud, een parodie, whatever).
(Makkie, e-mino, makkie.)
- Je mag niemand uitschelden.
(Flauw flauw flauw!)
- Hij zal al je fouten er - lekker puh - in laten staan.
(Hullep!)
Mijn vluchtige opmerkingsgave vermoedt dat e-mino u graag rond de oren kletst met vraagjes die naar het filosofische buigen, hij deelt dat zelf in onder ‘overpeinzingen’. Mijn streven naar de link met zijn blog zal dan ook die richting uitgaan.
Bent u wat u doet?
Waaruit distilleert u uw aanzien in de maatschappij?
Betrapt u uzelf wel eens op een blijk van eng denken?
(Neeeee, gij gekkin, telepa-t(h)iert de meerderheid van lezers op één en drie tot rechtstreeks in mijn buis van eustachius)
We nemen ene zapnimf als voorbeeld.
Haar aanzien heeft ze verworven door haar edelmoedige inborst natuurlijk.
Mis mis! Niemand die mij hier werkelijk kent, het kreng in mij blijft gereserveerd voor de intimi die mij regelmatig onuitgeslapen, hongerig of geveld door tegenslag mogen meemaken. ‘t Is omdat ze een talentje heeft meegekregen om wat zinnen achter elkaar krom te trekken in absurditeiten, dat ze zich sympathiek maakt in blogland. Met andere woorden, om hetgeen ze doet, niet om wat ze is. Straffer nog, mensen uit mijn tastbare leven, die mij voordien enkel niet schrijvend kenden (maar mij misschien toch een toffe griet vonden in tegenstelling tot wat ik hierboven schreef), laten merken dat ze toch wel een snuifje supplementair onder de indruk zijn, nu ze ontdekt hebben dat ik schrijfcapaciteiten heb. (Klinkt dit te verwaand? Excuus.) Terwijl ik toch nog altijd die ordinaire zap ben van altijd. Mijn status groeit om redenen die er eigenlijk niet toe doen. Het omgaan met een intelligente vrijer is er ook nog een.
Ik voel het, u bent nog niet overtuigd.
We pakken alweer diezelfde zapnimf.
Stel dat ik wat ongemakkelijk aan mijn einde zou komen. Onder een vrachtwagen met een dode hoek ofzo.
Wedden dat de kranten blokletteren : “Moeder van vier jonge kinderen dood onder vrachtwagen.”?
Al eens ooit gelezen? “Moeder van één kind komt aan haar eind tegen een paal?” Dacht het niet.
Wie eerlijk is en weet dat hij/zij nog nooit een extra ocharme heeft geuit omdat er meer bloedjes achterblijven na een tragedie, dan bij pakweg een ouwe sok, steekt nu zijn vinger op. (Ok, jij daar, jij telt niet, jij wil gewoon je gelakte gelnagels tonen.)
Dat verdriet voor de nabestaanden blijft net hetzelfde, of het nu voor vier of voor honderd achterblijvers is. Of voor de single zonder kinderen, die heeft ook familie en vrienden, misschien wel een zusje waar ze voor zorgt. Of de ouwe sok. Behalve als ‘m niemand heeft, dan is het gewoon spijtig voor hem.
Voila, hier kan ik mijn moederschap in de strijd gooien als additieve inbreng die mijn waarde doet stijgen in andermans ogen. Ik mag als ouder falen tegen de sterren op, als ik maar spectaculair genoeg het leven laat, komt het in de gazetten op die manier.
Als ik daarentegen een misdrijf pleeg…
De juwelier achter de hoek heeft mij, mijn bivakmuts en mijn revolver op bezoek gekregen. Stel dat het een alerte sierradenbeheerder is, met het credo ‘oog om oog, tand om tand’ hoog in het vaandel. En poef, uw zapnimf is niet meer. Geen haan die mijn vier eigen vleesjes in de krantenkop zal titelen. Omdat ik nogal in omstreden omstandigheden mijn kaas heb gelaten, hoeft het medelijden deze keer niet opgewekt te worden. In dit geval zal je eerder iets lezen als : “Onderwijzeres pleegt overval en sterft.” Mijn rol in de maatschappij is nu gereduceerd tot mijn beroep dat toch wel een voorbeeldfunctie veronderstelt.
Ooit, gesetteld in een stelsel van loopbaanonderbreking, profileerde ik me als huismoeder.
“Wat doe je zoal?” vroeg men mij wel eens.
“Ik zorg voor de kinderen.” antwoordde ik naar waarheid.
Gegarandeerd volgde er dan een : “O, ik zou dat niet kunnen, zo geïsoleerd, geen stimulansen meer, enkel mijn was en mijn plas beredderen.”
Plots betekende ik niks meer. Dat ik de krant van a tot z uitploos en meer bagage opbouwde dan zij ooit zou kunnen verwerven, cursussen in allerlei creatiefs volgde, met mijn jong in mijn kielzog meer sociale contacten had dan tevoren, of gewoon met mijn lui gat genoot van de kinders en mijn vrije tijd, wat heb je daar nu aan? Werken moet je! Zodat anderen kunnen opkijken naar je! Als de financiële verloning hoog is (lees : meer dan die van hen), goh, dan zie je de vrienden in de wachtrij staan, van overal komen ze toegestroomd.
Zapnimf zapnimf zapnimf en nu heel even iemand anders. Kent u dé Huisvrouw uit Kapellen? Uiteraard wel. Kapellen bulkt van de huisvrouwen, maar deze Margaretha zal je nooit horen vernoemen zonder dat irritante epitheton ornans.
Genoeg een ander!
Op een dag vlieg ik met mijn te hoog bmi uit een attractie in pretpark ix. Dat zou eigenlijk niet de bedoeling mogen zijn. Neehee, die dingen zijn daarop berekend, wilde middelpuntvliedende krachten en helaas de techniek die het laat afweten. Laat we elkaar geen mietje noemen, het is niet mijn schuld, er zit een bout los. Wie gaat de media verhinderen om deze keer niet gewag te maken van : “Obese dame duikelt uit de octopus en overlijdt aan haar verwondingen”?
(Slik ik vergif, hoort er niemand van mij. Kennissen zullen hoogstens eens roddelen tegen mekaar over hoe instabiel die zapnimf toch wel was, de sukkel.)
Inderdaad, allemaal voorbeelden vanuit de pers die ik meegaf. Het indoctrinatieinstrument bij uitstek om ons - lezende kwistenbiebels - onbewust dat soort redeneren te laten overnemen. Als de gemeenschap mij zou willen zien zoals ik ben, stond daar keer op keer :
“Tof, vredelievend, behulpzaam, goedlachs, relativerend (en soms dit alles ook helemaal niet) menske aan haar eind gekomen.”
Zoniet, is, “Eigenaar van tweehonderd boeken”, even goed voor mijn part.
Wat ik heb, wat ik al dan niet professioneel uitvoer, hoe arm of rijk ik ben, hoe goed of slecht ik er uitzie, zou naar objectieve maatstaven er niets toe mogen doen.
Schrijft zij die evengoed in die vallen trapt.
Net zodat ze van mening is dat wat je doet ook wel eens je graad van toffigheid, pacifisme, dienstvaardigheid, vrolijkheid en de betrekkelijkheid inzien van de dingen kan kleuren.
Dit stukje is mede in stand gekomen door enkele doorns die ik de laatste weken uit mijn ogen heb moeten peuteren :
- “Ooo, dinkske, jij bent toch wel erg slim voor een poetsvrouw.”
(Geef eens één reden waarom je zo verwonderd zou moeten zijn?)
- “Ik raad het iedereen aan, pak een kuisvrouw via dienstencheques.”
(Pakken pakken? Mogen we ook nog wat respect tonen, ja?)
- “Baby aan boord”
(So? Moet ik de kant kiezen waar je tienerzoon zit om je te rammen? Want dat doe ik uiteraard als er geen gevaarsdriehoekje aan je auto hangt.)
- “Nederlander plast tegen de kathedraal, allochtoon doet sjakoske-trek.”
(Zodat we ons denken nog meer kunnen veralgemenen en stigmatiseren?)
En u? Hoe zit het met u?
Schrijf gerust dat reactieluik vol, ‘t is toch maar dat van hem.
* vette knipoog*
{Mag ik hierbij Mieke en Madameblogt uitnodigen om voor één keer hun ding op mijn weblog te komen doen?}