[dit is een gastpublicatie van Georgina in het kader van het Gastbloggen-stokje]

Na de paasvakantie mocht Britney naar school met de fiets. Maanden had ze er om gezeurd. Dat het een 6 km lange rollercoaster voor mijn moederhart zou inhouden, was haar probleem niet. Normaal fietst ze er een halfuurtje over. Vandaag was ze echter na driekwartier nog steeds niet thuis. Ik vreesde het ergste maar bedacht dat we daarover geen afspraken hadden gemaakt. Voor mij was het logisch dat ze altijd recht naar huis zou fietsen. Zij besefte dat misschien niet. Ja, ze zou wel ergens zijn blijven plakken. De snoepwinkel of een vriendinnetje.
Na een uur ging ik bang op zoek. Daar zat ze, in een weiland met lang gras. Gras dat dringend gemaaid en gehakseld moest worden, wilde de boer er zijn koeien op zetten. Toen ik dichterbij kwam, vlogen een heleboel vogels verschrikt op. Haar gezicht keek naar de grond en ze had madeleine-koekjes voor tijdens de speeltijd in haar hand.
“Mama”, zei ze verdrietig. “Ik gooi kruimeltjes om de buizerd te lokken, maar hij wil ze niet.”
“Welke buizerd?” vroeg ik. “Waarover heb je het?”
“Elke dag zie ik een buizerd over dit weiland zweven. Zo groot. Zo sierlijk. Zo trots en zelfzeker. En elke dag kijk ik naar hem uit. Maar hij is vreselijk ver en hoog. Ik wou hem naar me toe lokken. Met de kruimels van mijn koek. Hij merkte het, maar de andere vogels ook. Mussen, duiven, eenden, fazanten en zelfs enkele kippen kwamen erop af. Hoe meer vogels er kwamen, hoe meer de buizerd aarzelde en uiteindelijk vluchtte.”
“Gekke meid!” troostte ik haar. “Buizerds zijn roofvogels. Die kan je niet lokken met kruimels. Wat jij moet doen, is die vogel met rust laten en gewoon blij zijn wanneer je hem tijdens je rit ontmoet.

{ Georgina geeft het stokje door aan de heilige M-drievuldigheid: Muggenbeet, Mohow en Michael van 7 Seconden}