Bon, na de vraagstelling en de inleiding is het tijd om aan het serieuze(re) werk te beginnen.

Om met de deur in huis te vallen: de titel van deze blogpost is enigszins misleidend, aangezien de vlag de lading niet volledig dekt. Laster en eerroof zijn immers 2 specifieke misdrijven, hetzij daden die strafrechtelijk gesanctioneerd worden. Dit artikel zal echter over een ruimer begrip gaan, met name foutieve berichtgeving in het algemeen. Ik vond ‘laster en eerroof’ echter beter bekken. Vandaar.

De vraag die in dit artikel dus behandeld zal worden, is te weten wanneer een blogger over de schreef gaat bij het publiceren van een blogpost. Wanneer zal hij m.a.w. een fout (vanuit juridisch oogpunt) begaan door een bepaald bericht op de wereld los te laten. Of, nog anders gezegd, wanneer kan hij veroordeeld worden omwille van de inhoud van zijn post, omwille van de mening die hij verkondigt?

En zo komen we bij het kernbegrip van dit betoog aan: de meningsuiting, meer bepaald de vrijheid van meningsuiting (en zijn grote broer de persvrijheid). De vrijheid van meningsuiting is een centraal begrip in ons rechtstelsel. Het maakt deel uit van de mensenrechten en is dan ook ingeschreven in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens [klik hier voor het Verdrag].

Deze vrijheden zijn essentieel voor onze huidige maatschappij en werden dan ook reeds herhaaldelijk ‘hoekstenen van de democratie’ genoemd. Voor velen is het in die mate een evidentie geworden dat we er niet eens bij stilstaan dat vele mensen hun mening niet vrij kunnen uiten en geen toegang hebben tot een vrije pers. Het aantal landen waar het uiten van bepaalde meningen gelijkstaat met een ticketje richting gevangenis is helaas niet op twee handen te tellen.

Dit basisrecht houdt m.a.w. in dat eenieder niet alleen zijn eigen mening mag vormen, doch ook het recht heeft om deze te verkondigen. Dit recht gaat zeer ver (het Europees Hof voor de Rechten van Mens heeft herhaaldelijk gezegd dat men een “mening mag uiten, zelfs indien die een wezenlijk deel van de bevolking beledigt, schendt en/of shockeert”), doch is niet onbeperkt (zie ook artikel 10.2 EVRM via de link hierboven). Er mogen hieraan bepaalde grenzen worden ingebouwd wanneer deze noodzakelijk zijn in een democratische samenleving teneinde bepaalde andere grondrechten te waarborgen. Sommigen betreuren dit en ijveren voor een onbeperkte vrijheid van meningsuiting, doch dit debat valt buiten het bestek van deze bijdrage.

U zult het al begrepen hebben: wanneer u een van de grenzen overschrijdt, kan uw blogpost als zijnde foutief worden beschouwd met alle juridische gevolgen vandien.

“Waar liggen die grenzen dan?”, hoor ik u al vragen. Welnu, die grenzen kunnen natuurlijk niet zomaar in een wettekst worden samengevat om de heel eenvoudige reden dat er duizenden meningen bestaan over ontelbare onderwerpen, die op honderdeneen manieren kunnen worden uitgedrukt in een enorme verscheidenheid aan publicaties. Het is dan ook ondoenbaar om lijsten op te stellen van verboden en toegelaten meningsuitingen, al is het maar omdat de maatschappij continu verandert en die lijsten dus voortdurend zouden moeten evolueren.

Geconfronteerd met de vraag of een mening bepaalde grenzen overschrijdt, heeft de rechtspraak (zowel Europees als nationaal) dan ook een aantal criteria ontwikkeld die als leidraad kunnen dienen bij het toetsen van een bepaalde blogpost. Het is immers de rechterlijke macht die zal moeten oordelen of een bepaalde tekst door de beugel kan of niet. Dit heeft voor gevolg dat er onvermijdelijk een menselijke dimensie in dit oordeel komt geslopen: een jonge, progressieve rechter zal eenzelfde tekst mogelijks anders beoordelen dan een oudere, conservatieve rechter.

Desalniettemin kunnen de volgende algemene criteria worden meegegeven, die gedistilleerd werden uit een zeer verscheidene casuïstiek:

- Relevantie. Welk doel beoogt u met uw blogpost? Wenst u een discussie van ‘algemeen belang’ aan te zwengelen (nationale veiligheid, de efficiëntie van het onderwijssysteem, de kwaliteit van de pers, de politieke werking, de verzuring van de blogwereld, enz.) of wenst u integendeel uit louter persoonlijke overwegingen iemand, een denkwijze en/of een systeem te beschimpen, in een kwaad daglicht stellen en/of anderszins te beledigen? Het eerste verdient bescherming, het tweede al een stuk minder.

- de persoon over wie u het heeft. Van bekende personen - zeker politici - wordt verwacht dat ze een dikkere huid hebben dan Jan-met-de-pet. Een bijtend stuk over bijv. Guy Verhofstadt zal dus gemakkelijker aanvaard worden dan een kritische beschouwing van uw buurman.

- de stijl. Het spreekt voor zich dat een constructief geschreven stuk, waarbij u zorgvuldig uw woorden gekozen heeft meer genade zal vinden dan vulgair scheldproza. Nuancering is ook altijd welgekomen.
- bewijzen. Wanneer u een bepaalde stelling aanhaalt (bijv. drank X is slecht voor de gezondheid, Bedrijf Y heeft steekpenningen betaald, Blogger Z is een alcoholieker, enz.) moet u die kunnen bewijzen. Indien een proces aangespannen wordt, is het dus niet aan de persoon die het voorwerp van uw (virulente) kritiek was om te bewijzen dat uw stelling onjuist is, doch wel aan u om de gegrondheid van uw mening aan te tonen. Belangrijk daarbij is dat eenieder het recht heeft om zich te vergissen, voor zover u maar kunt aantonen dat u - op basis van de diverse elementen in uw bezit - ter goeder trouw mocht denken dat u het bij het rechte eind had. Zelfs indien achteraf blijkt dat u verkeerd was, dan nog kan men u niets verwijten indien u uw huiswerk goed gemaakt had. Het spreekt voor zich dat geruchten en platitudes zoals “dat is toch algemeen geweten” daarbij onvoldoende zijn.

woord en wederwoord. Stel: u heeft een explosieve stelling die als een bom zal inslaan. U zult daarbij iemands gedrag zwaar over de hekel halen. Dat is uw recht. Doch in de rechtspraak wordt het ten zeerste geapprecieerd indien u op dat moment ook de andere partij aan het woord laat (”Persoon X, die we even gecontacteerd hebben, ontkent dit en stelt dat…”). Op die manier kunnen immers de lezers van uw blog beide stellingen naast elkaar plaatsen en zelf een standpunt innemen.

- objectiviteit.  Opnieuw: u heeft het recht om uw mening te verkondigen. Dit houdt per definitie in dat uw blogpost subjectief zal zijn, daar het een samenvatting van uw visie op een bepaald thema zal zijn. Dit betekent echter niet dat u zomaar enkel die elementen mag gebruiken die uw stelling staven en daarbij alle andere gegevens als het ware onder het tapijt mag schuiven. Vermeld ook die andere elementen (desnoods op kritische wijze). Opnieuw: zo kunnen uw lezers zelf hun mening vormen.

Op basis van al deze criteria (waarbij vaak nog, afhankelijk van de concrete situatie, een of ander specifiek criterium wordt toegevoegd) zal de rechtspraak een overweging maken en zodoende bepalen of een bepaalde meningsuiting toegelaten is, dan wel de grenzen van het toegelatene overschrijdt.

Nu besef ik heus wel dat het bovenstaande een hele boterham is en dat 99 % van de Vlaamse blogposts zich de facto beperken tot leuke links, persoonlijke gegevens (ik heb dit gedaan op mijn werk, mijn lief dat, mijn vader zus, mijn auto zo, enz.) en vage beschouwingen, waar uiteindelijk geen haan naar zal kraaien.

Doch voor dat ene overblijvende procent - die m.i. zal aangroeien naarmate blogs een belangrijkere stem zullen worden in het maatschappelijk discussieproces (cf. de VS waar politieke blogs echt een force to reckon with geworden zijn) - zijn de hierboven vermelde criteria hopelijk een (eerste) leidraad.

Pas deze criteria overigens eens toe op een aantal recente blogposts die een “storm” in blogland hebben veroorzaakt en trek zelf uw conclusies…

Te zwaar? Te theoretisch? Meer voorbeelden? Vragen? Dankbetuigingen?  Drop ze in de comments!